Vulnerability in the Postcolonial Condition

In september presenteerde ik mijn onderzoek over kwetsbaarheid op de Anthropos conferentie: Relationality, Vulnerability and Love. Een Call for Papers voor een conference volume komt er niet direct aan. En in het kader van zo veel mogelijk open access is de tekst nu hier te lezen.

EDIT: vanochtend las ik het commentaar van Gerry Snyman, professor aan UNISA en goed ingevoerd op het gebied van kwetsbaarheid en postkoloniale theorie. Hij schreef: “I enjoyed the paper and find it an excellent example of an illustration of a hermeneutic of vulnerability.” Lees het hele commentaar, inclusief uitdagende vragen, hier.

 

Evangelische Beweging

Op dit moment ben ik bezig met het schrijven van een hoofdstuk over de evangelische beweging. Ik neem het hoofdstuk over de organisaties voor mijn rekening. Een voorrecht om de oral history op te mogen tekenen van deze nog vrij jonge beweging. Naar mijns inziens tijdig om nu de verhalen op te tekenen voordat deze niet meer te achterhalen zijn.

Een aantal opvallende zaken:

  • de organisaties in de Evangelische beweging zijn taaier dan je zou denken voor een beweging. De jaren ’50 en ’60 waren een scharnierperiode. Organisaties opgericht in die tijd, zoals Open Doors, Jeugd met een Opdracht, Youth for Christ, Operatie Mobilisatie, bestaan nog. Ze hebben zich telkens opnieuw weten uit te vinden in een veranderende tijd. Continuïteit in discontinuïteit, en een indrukwekkende prestatie.
  • Hoewel het niets nieuws is als ik zeg dat de evangelische beweging het van festivals en weekenden moet hebben (Opwekking!) viel me wel op wat voor een belangrijke rol dit soort weekenden en bijeenkomsten al in de begintijd gespeeld hebben. Bij mijn weten is er niet of nauwelijks een equivalent voor deze nadruk op weekenden en bijeenkomsten in de Protestantse hoek. Het nu populaire New Wine is uiteraard veel later opgekomen en kent een belangrijke invloed van Pinkster/evangelisch denken.
  • Belang van toerusting door middel van tijdschriften. De Oogst (Tot Heil des Volks) en Het Zoeklicht (opgericht: 1919!) bestaan nog steeds en dateren van (ruim) vóór de oorlog. Ook de evangelische boekhandels hebben een belangrijke rol gespeeld in het verspreiden van materiaal.
  • Opvallend is ook het ‘gebrek’ aan nieuwe organisaties, met name daar waar het gaat over kerkplanting. Waar de PKN hier al langer fors op inzet, lijkt deze beweging relatief laat op gang gekomen te zijn in evangelisch Nederland. Urban Expressions (wortels in baptistengemeentes) timmert wel aardig aan de weg maar richt zich met name op de prachtwijken. De kracht van gemeentestichting / pionieren vanuit de PKN is juist dat er ingezet wordt op een diversiteit aan achtergronden en locaties. Een overkoepelende en initiërende organisatie zou mooi zijn!

Het boek verschijnt medio 2017.

EDIT: Karin Timmerman mailde mij met de aanvulling dat ook ARC Nederland een overkoepelende organisatie is die zich richt op gemeentestichting. Deze organisatie heeft inmiddels vijf kerken in Nederland gestart, onder andere in Leeuwarden, Hilversum en Utrecht. De werkwijze lijkt anders te zijn dan van de meeste pioniersplekken in de PKN / Urban Expressions. Daar wordt klein begonnen en op een organische wijze van onderaf verder gebouwd. ARC Nederland zet in op het uitstralen van excellence en daarbij ligt de nadruk vanaf het begin af aan op professionaliteit.

Vieringen vrouwensynode

Do you care?!, het thema van de vrouwensynode 2017, nodigt ons uit om niet alleen te bezinnen, maar ook om met elkaar te vieren dát het ons een zorg is. Als team van de vrouwensynode zijn we op dit moment druk bezig met het plannen van de vieringen zodat ze een rustpunt worden tijdens drukke dagen. Vieringen om tot onszelf te komen en tot elkaar, geborgen in de zorg van God. Maar ook om met elkaar stil te staan bij on-zorg, die leidt tot onzorgvuldigheid, onachtzaamheid en onnadenkendheid. Juist in een synode die stil wil staan bij alle weerbarstige aspecten van zorg, hoe vrouwen onvrijheid ervaren in verpletterende verwachtingen van de ongelijke genderverdeling in het zorgen. Daarom zijn de vieringen bedoeld als zorg zelf.

Pas zag ik een afbeelding van dit kunstwerk, en het raakte me. Bij mij riep het de associatie op van ‘uit je schuilplaats komen, de wereld in’. Ik vond het passend bij de synode. Tijdens dat weekend hebben we de tijd om stil te staan, bemoedigd te worden, met als doel de vrijheid in verbondenheid. Te vieren dat we aan elkaar gegeven zijn, dat we bij elkaar horen. Dat we elkaar ook mogen vragen: hoe kan ik voor je zorgen, hoe kan ik je helpen om je eigen kleine schuilplaats te verlaten, de wereld in? Rituelen kunnen je hierbij helpen, omdat je het niet zelf hoeft te doen, je kan je gedragen weten door de A/ander.

In het boek van Susan Marie Smith, Caring Liturgies, wordt vanuit een feministisch perspectief uitgelegd hoe je de liturgie vorm kan geven op een manier dat er ook zorg ervaren kan worden. In de eerste plaats zijn rituelen nodig om groei en volwassenheid te bewerkstelligen. Susan Smith legt uit dat er twee modellen zijn van volwassenheid: het verouderde model was statisch want het ging uit van een mannelijk ideaalbeeld: man-zijn is volwassen zijn. De echte man toont geen emoties, real men don’t cry. Dit betekent dus dat dit ideaal volstrekt onvoldoende is voor het ontwerpen van een liturgie waarin je je kan ontwikkelen en tot jezelf kan komen. We hebben daarom een feministisch idee nodig van zorg waarin je als mens kan groeien: niet statisch maar dynamisch.

In de tweede plaats kunnen rituelen je door een moeilijke tijd heen helpen en zijn ze dus ook een manier om verandering vorm te geven. Een ritueel kan een soort veerboot zijn, of een ladder, die je naar een nieuwe plek in je   leven kunnen brengt.

Lees verder: Smith, Susan Marie. Caring Liturgies: The Pastoral Power of Christian Ritual. Fortress Press, 2012.

zenos_frudakis_freedom_philadelphia

Proefschriftbegeleiding: Gesprekken over je werk: tussen formeel en informeel

Deel van een serie over het begeleiden van promotieonderzoek.

Als je onderzoek doorpraten met anderen van cruciaal belang is, dan volgt het daaruit dat het noodzakelijk is om genoeg mogelijkheden te creëren om te profiteren van de feedback van anderen. Het is echter mijn indruk dat het gesprek over je onderzoek voor het overgrote deel plaatsvindt aan de uitersten van het spectrum formeel – informeel.

Aan de ene kant zijn er de officiële gesprekken met je begeleider. Deze gesprekken zijn noodzakelijk om de richting van je onderzoek te bepalen en knopen door te hakken. Als het goed is vindt een duidelijke verslaglegging plaats van deze gesprekken zodat het resultaat van het gesprek voor zowel de promovenda als de begeleider duidelijk is.

Aan de andere kant van het spectrum plaats ik de informele gesprekken die plaatsvinden in de kroeg, op verjaardagen, op feestjes. Zulke gesprekken hebben als voordeel dat je gedwongen wordt om snel en aantrekkelijk een korte ‘elevator pitch’ over je proefschrift te geven. En met een beetje mazzel tref je een geïnteresseerde gesprekspartner die vanuit een andere discipline of invalshoek interessante vragen op kan werpen.

Mijns inziens kunnen juist gesprekken die zich in het midden van een continuüm bevinden een belangrijke rol vervullen in het uitzetten van de lijnen van je onderzoek, brainstormen en helpen om je tekst goed op papier te krijgen. Als je door zo’n gesprek de lijn van een hoofdstuk helder krijgt, scheelt dit veel tijd in het schrijfproces.

Het voordeel van dit type gesprekken is dat ze zowel spontaan kunnen ontstaan met collega’s, maar ook ingepland kunnen worden. Juist met collega’s kunnen deze gesprekken ook een wederzijds karakter hebben. Zo’n gesprek is bij uitstek geschikt om vaker te voeren, bijvoorbeeld wekelijks of tweewekelijks. Maak tijdens het gesprek aantekeningen en werk deze direct na afloop van het gesprek uit.

Kies voor dit type gesprekken echter niet je partner uit. Het primaire doel van je partner is om partner te zijn, en geen verkapte begeleider. Ik ken het uit eigen ervaring, mijn partner is ook theoloog en werkt aan een eigen promotieonderzoek. Het was heerlijk om mijn proefschrift te bespreken met iemand die daar iets zinnigs over kon zeggen. Het bleef echter continue opletten om niet te veel verwachtingen op hem te leggen op het gebied van het uitgebreid lezen en becommentariëren van mijn teksten.

Dit type gesprekken voeren met collega’s kan in sommige gevallen vragen om een cultuuromslag, omdat in de competitieve academische wereld individualisme eerder de norm dan de uitzondering is. Geen animo onder collega’s? Dan is er altijd nog de kroeg & het bierviltje!

Proefschriftbegeledeiding: Meerdere, complementaire drafts van hetzelfde hoofdstuk

Deel van een serie over het begeleiden van promotieonderzoek.

Stel, het werk aan een bepaald hoofdstuk vordert niet lekker, je outline is onduidelijk, en je weet niet goed weer wat je aan moet met je draft. Je besluit om overnieuw te beginnen, een deel van het oude materiaal over te nemen en een nieuw document te starten. Maar snel kom je jezelf opnieuw tegen, je bent weer niet tevreden met je tweede poging, en je start versie drie.

Hoewel verleidelijk om telkens opnieuw te beginnen, lost deze aanpak uiteindelijk de structurele problemen niet op die je bij de eerste versie bent tegengekomen. In deze blog: praktische tips om deze situatie te fixen én te vermijden dat je ooit weer verzand raakt in twee of meer drafts.

  • Zorg dat je zo snel mogelijk één document maakt, want het is onmogelijk om met twee of drie overlappende drafts te werken. Copy-past zodat je één versie overhoudt waarin alle verschillende onderdelen een plaats hebben.

Nu is het tijd om het denkwerk te verrichten dat eerder niet grondig genoeg heeft plaatsgevonden.

  • Lees de hele draft door
  • Voorzie elke paragraaf van een titel + korte inhoud in steekwoorden
  • Schrijf op een apart papier alle koppen + korte inhoud onder elkaar
  • Formuleer de thesis die je in het hoofdstuk wil verdedigen
  • Ga na of je voor het beargumenteren van de thesis de juiste / voldoende bronnen hebt
    • Zo nee: besteed in deze fase niet te veel tijd aan nieuwe literatuur. Maak hier aantekening van en ga pas verder met de literatuurfase wanneer je eigen stelling duidelijk is
  • Schuif met de koppen tot je een logische volgorde hebt
  • Schrijf een outline van je argument die matcht met de paragraafkoppen
  • Vul de draft nu verder in

Niet alleen is het van belang om het hoofdstuk zelf te fixen, maar ook om te zoeken naar het achterliggende probleem dat er voor gezorgd heeft dat er überhaupt verschillende drafts van het hoofdstuk in omloop waren.

  • Keuzeangst
    • Schrijven is schrappen en onderzoeken is kiezen. Dit kan verlammend werken als de criteria niet helder zijn op basis waarvan je moet kiezen. Die criteria liggen altijd in de thesis van een hoofdstuk en hangen daarmee nauw samen met de scriptie als geheel. Als dit niet helder is dan wordt kiezen tussen verschillende auteurs / methodes / outlines een soort Russische roulette: geen wonder dat je dan het keuzemoment ver voor je uit schuift.
  • Verlatingsangst
    • Kill your darlings, het grote cliché van academisch schrijven. Ook hier geldt, om de darlings af te slachten zijn er goede criteria nodig. Als die ontbreken, dan is het logisch dat je de darlings liever stand-by houdt.
  • Te weinig fundamenteel onderzoek
    • Een gebrek aan overzicht van de literatuur kan er toe leiden dat je te afhankelijk wordt van bronnen die ofwel niet van goede kwaliteit zijn, ofwel niet geschikt zijn voor je vraagstelling. Als de bronnen niet goed bevraagd zijn op hun kwaliteiten voor jouw werk, dan is het logisch dat er iets op een onbewust niveau blijft knagen, waardoor het moeilijker wordt om knopen door te hakken.

Proefschriftbegeleiding: Vermijden van informele woordkeus

Deel van een serie over het begeleiden van promotieonderzoek.

Academisch schrijven betekent dat je in je tekst informele woorden vervangt door hun formelere variant. Voor schrijvers met Nederlands als moedertaal betekent dit ook dat sommige uitdrukkingen die in het Nederlands natuurlijk klinken, te informeel zijn in hun vertaalde Engelse variant.

Dit houdt concreet in dat je in je tekst de volgende werkwoorden vermijdt:

 

Werkwoorden

  • To do
    Vervang door: to conduct, to execute, to accomplish, to organize, to undertake
  • To get
    Vervangen door: to obtain, to achieve, to accomplish
  • To look
    Vervangen door: to assess, to consider, to appear,
  • To view
    Vervangen door: to evaluate, to consider, to examine
  • To say
    Vervangen door: to convey, to signify, to mean


There + to be

Een veelvoorkomende fout bij het schrijven van Nederlanders in het Engels is het gebruik van de constructie: there is / was / were. Laat deze constructie ofwel weg ofwel maak de zin passief.

Oud: At most primary schools there were no children who used alcohol.

Nieuw: At most primary schools alcohol was not used by the children / Hardly any children used alcohol at the surveyed primary schools.

Oud: There are a few parts of the data collection that took place outside of the Amsterdam area.

Nieuw: Some parts of the data collection took place outside the Amsterdam area.

 

Is about

Oud: The first research question is about

Nieuw: the first research question seeks to answer / seeks to understand

 

Bonustip

Gebruik nooit (!) in je draft “blablabla.” Echt gebeurd!

“In 7:4 Plato writes: blablabla times [chromos], blablabla seasons [kairos].”

 

Proefschriftbegeleiding: Veelvoorkomende fouten in de opmaak

Deel van een serie over het begeleiden van promotieonderzoek.

Praktisch elk document dat ik als draft onder ogen heb gekregen heeft meerdere fouten in de opmaak. Vooral verschillen in regelafstand, lettergrootte en dubbele spaties komen vaak voor.

Een overzicht van wat ik zoal onder ogen krijg:

  • Verschil in regelafstand
  • Verschillende lettertypes
  • Onoverzichtelijke kleurcodes.
  • Inconsistente opmaak van de koppen
  • Verschillende lettergrootte
  • Verschillende opmaak citaten (bijv het éne citaat dubbele tabs, het andere citaat enkele tabs).
  • Dubbele spaties
  • Per ongeluk verschijnende tabs, bijv. in de voetnoten
  • Soms geen spatie na voetnootnummer
  • Paginanummers stagneren bij ‘1’
  • Op onlogische plekken starten met een nieuwe pagina
  • In plaats van tabs spaties gebruiken waardoor ongelijke regels ontstaan
  • Ontbreken van inhoudsopgave bij lange / gecompliceerde documenten
  • Paragraaftitel als laatste regel op een pagina zonder dat er een regel tekst volgt
  • Verschillende lettertype/lettergrootte in voetnoten
  • Lettertype paginanummer niet overeenkomend met lettertype hoofdtekst
  • Te weinig ruimte tussen voetnoten en paginanummer

Gebruik deze checklist om je document door te nemen voordat een andere lezer je draft onder ogen krijgt. Als deze issues gefixt zijn, is het voor een meelezer makkelijker om zich te concentreren op de lijn van het argument.

Werk met stijlen

Het grootste deel van deze fouten is te voorkomen door vanaf het begin af aan te werken met stijlen in plaats van ad hoc dingen aan passen. Microsoft Word heeft hier een duidelijke handleiding:

Dubbele spaties

Tenslotte komen dubbele spaties vaak voor als je bezig bent met zinnen te redigeren en woorden van de ene plek in de zin naar de andere te verplaatsen. Vaak is het voor jezelf niet ogenblikkelijk duidelijk dat er dubbele spaties ontstaan als je bezig bent met het schuiven van zinselementen. Het opsporen van dubbele spaties kan makkelijk door ze via de functie “vervangen” ze op te sporen en ze automatisch te laten vervangen door een enkele spatie.

Investeer in kennis van Microsoft Word

Het werken met een duidelijke opmaakprofiel helpt ook om te werken met precies de opmaak die voor jou prettig is, ook al valt deze niet per se samen met de academische standaards. Zie verder de blogpost: investeer in Microsoft Word.

Kleine Theologie van de Hoop in Tijden van Werkloosheid

Voor Stichting Encour heb ik, in samenspraak met Bert den Hertog, een kleine aanzet geschreven voor de betekenis van hoop in tijden van werkloosheid. Afgelopen woensdag stond een afspraak gepland met de ETF Leuven om verder na te denken op welke manier de ETF en Encour samen kunnen werken rond dit thema.

Dit gesprek was tegelijkertijd ook mijn laatste bijdrage aan Encour, ik zal me vanaf nu focussen op mijn werk bij de GZB en de allerlaatste loodjes van mijn proefschrift.

In het document verdedig ik een communale en barmhartige theologie van de hoop, geïnspireerd op de contrastervaring van Schillebeeckx. De ervaring van werkloosheid is bij uitstek een contrastervaring, een hardhandige en existentiële ervaring van hoe het leven niet moet zijn. Juist door de contrastervaringen te delen in geloofsgemeenschappen komt er ruimte voor de hoop die bestaat uit de bemoediging van het weten dat de gemeenschap getuige is van deze situatie, en indien mogelijk communale actie. Lees hier verder.

Dorpskerk Dichtbij – Migratie in Santpoort

Op 1 juni zal ik in Santpoort een avond verzorgen in een serie over de Abrahamitische godsdiensten. Mijn bijdrage richt zich vooral op het christelijk geloof in relatie tot migratie, en meer specifiek de huidige vluchtelingenstromen. De uitdaging is om niet te spreken over hoe het christelijk geloof migranten kan helpen, maar om een ander perspectief te nemen, hoe kunnen wij God zien in het gelaat van de ander, dus ook in het gelaat van de vluchtende ander? Een flinke portie Levinas zal dus aan de orde komen!

Ter inspiratie alvast deze tekst van Paus Franciscus:

‘Adam, waar ben je?’ Dit is de eerste vraag die God stelt aan de mens na de zonde. ‘Adam, waar ben je?’ Adam is een man die in de war is geraakt, zijn plaats in de schepping heeft verloren omdat hij machtig denkt te worden, alles denkt te kunnen overheersen, God denkt te zijn. En daardoor stokt de harmonie en dat zien we terug in de relatie met de ander, die niet meer de broer is om lief te hebben, maar gewoonweg de ander die mij en mijn welzijn stoort. En God stelt de tweede vraag: ‘Kaïn, waar is je broer?’ De droom om macht te hebben, groot te zijn als God, of liever God zelf te zijn brengt een keten van fouten voort, een keten van dood, die leidt tot broedermoord.

Deze twee vragen die God stelt klinken ook vandaag nog steeds na, in alle hevigheid. Velen van ons, ikzelf inbegrepen, zijn in de war. We schenken geen aandacht meer aan de wereld waarin we leven. We verzorgen en kijken niet meer naar wat God voor ons allen heeft geschapen en we zijn niet meer in staat over onszelf en elkaar te waken. En als deze verwarring zich uitbreidt tot de hele wereld, gebeuren er tragedies zoals die waarvan we getuige zijn geweest.

‘Waar is je broer?’, de stem van je broeders bloed roept tot mij, zegt God. Het is geen vraag aan anderen gesteld, de vraag wordt aan mij, aan jou, aan ieder van ons gesteld. Die broeders en zusters onder ons probeerden weg te komen uit moeilijke situaties om een klein beetje sereniteit, rust en vrede te vinden. Ze zochten een betere situatie voor zichzelf en hun gezinnen maar ze vonden de dood. Hoe vaak vinden dit soort zoekers niet een gebrek aan begrip, solidariteit of worden ze niet ontvangen? En hun stemmen stijgen op naar God.